Maliki wetschool

Imaam Maalik en zijn Wetschool

Imām Mālik ibn Anas en zijn Maḍhab (Wetschool)

Mālikī fiqh is de jurisprudentie die gebaseerd is op de fundamenten en uitgangspunten van Imām Mālik ibn Anas. Zijn volledige naam was, Abū ‘Abdūllah Mālik ibn Anas ibn Mālik ibn Abū ‘Āmir al-Asbāhi. Hij is geboren in Medina in het jaar 93H (704 n. Chr.) en stierf in het jaar 179H (796 n. Chr.). Hij heeft bijna zijn gehele leven doorgebracht in Medina, de stad van de Profeet r. Er is overeenstemming over het feit dat hij een moehadith en een faqih was, hij nam zijn kennis over via met name de ‘zeven fuqaha van Medina[1]. Er wordt over hem gezegd dat hij meer dan duizend studenten had waaronder Imām al-Sjafi’ī, ibn al-Qasim, Mūḥammad ibn Ḥassan ash-Shaybani en  ibn Wahb. Gedurende het leven van Imām Mālik schreef hij al-Muwaṭṭa (de oudste hadithverzameling die nog bestaat), er wordt gezegd dat hij dit boek samenstelde uit een totaal van 100.000 aḥadīth die hij tot zijn beschikking had. Imām al-Shafi’ī heeft ooit over al-Muwaṭṭa gezegd dat het het meest betrouwbare boek is na de Qūr’ān. Tevens is Imām Mālik, volgens onder andere Imām Būkharī, onderdeel van de ‘Gouden keten van overleveraars’. Dit wil zeggen dat deze keten het meest authentiek is, de keten begint bij Mālik die overleverde van Nāfi’ die overleverde van ibn ‘Umar die rechtstreeks van de Boodschapper van Allah r overleverde. Imām Mālik behoorde dus tot de eerste drie generaties moslims en behoort daarmee tot de Salaf as-Saliḥīn. Tevens is er een uitspraak, overleverd door Aḥmad, Tirmidhī, Nasā’ī, Ibn ‘Abd al-Barr en Ibn Ḥibbān, van de Profeet r waarin hij r zei: “Er zal snel een volk zijn [komen] dat de zijkanten van hun kamelen zullen slaan op zoek naar kennis, zij zullen niemand vinden die meer kennis heeft dan de geleerde van Medina.” Vele geleerden waren en zijn van mening dat deze geleerde Imām Mālik ibn Anas t was.

Imām Mālik ibn Anas was van mening dat de ‘Amal (handelingen) van Medina (in zijn tijd) een fundamentele bron was voor islamitische wetgeving, de Sharī’a. De ‘Amal van Medina bestaat uit de overeengekomen handelingen van de bewoners [en/of geleerden] van Medina. Dus de ‘Amal van Medina is gebaseerd op de Sūnna van de Profeet r maar ook op de handelingen en uitspraken van Metgezellen t, in het bijzonder ‘Umar ibn al-Khaṭṭāb t. De ‘Amal wordt hierbij behandeld als overleveringen in de vorm van handelingen. De handelingen van de mensen van Medina wordt hiermee uitverkoren boven de handelingen van alle andere steden en plaatsen omdat Medina de stad is van de Profeet r, de stad waarin het merendeel van de Qūr’an is geopenbaard en de stad is waarin de meeste (en de meest belangrijke) Metgezellen geleefd hebben en gestorven zijn. Imām Mālik en zijn wetschool zijn van mening dat alle handelingen die gebruikelijk waren in Medina, in de tijd van de Metgezellen (saḥaba) en hun Volgers (tabi’īn), afzonderlijk bewijs zijn. Dit wil zeggen dat als er bijvoorbeeld een (ahad, d.w.z. met één  enkele overleveraar in de keten) ḥadith tegenstrijdig was aan de handelingen van de mensen van Medina, dat deze ḥadith genegeerd kan worden. De ‘Amal van Medina is daarmee de belangrijkste onderscheidende factor tussen de Māliki maḍḍhab en de andere wetscholen, zij erkennen namelijk de ‘Amal van Medina niet (altijd) als seperaat bewijs. Hiernaast zijn er uiteraard nog andere verschillen tussen de wetscholen, zoals het gebruik van maslaḥa (het algemene belang). De verschillen tussen deze fundamenten zijn de belangrijkste redenen voor de verschillen in uitspraken tussen de wetscholen (echter niet de enige reden)[2].

 


[1] De zeven fūqaha van Medina waren de meest geleerde onder de tabi’īn en waren verantwoordelijk voor overdracht van vele ahadīth en de fīqh van de belangrijkste sahaba. Zij waren: Sa’īd ibn al Musayyab, ‘Ūrwa ibn az-Zūbair, Abū Bakr ibn ‘Abderraḥmān, al-Qāsim ibn Muḥammad ibn Abū Bakr, ‘Ubaydallah ibn ‘Abdallah ibn ‘Utba ibn Mas’ūd en Sulaymān ibn Yasar. (Abū Zahra, The Four Imāms)

[2] Een andere reden is bijvoorbeeld de meningsverschillen die de mūdjtahīd Imāms hadden over de authenticiteit van bepaalde aḥadīth of meningsverschillen over de exacte betekenis van een ḥadith etc.

Translate »